Biografie

Huis- en kunstschilder Herman Oosterwijk (geboren 25-01-1886 te Zwolle) was een zoon van metselaar Antonij Oosterwijk afkomstig uit Zwolle en Marie Fiselier uit Raalte. Van zijn jeugd is niet veel bekend behalve dat hij al jong veel tekende en interesse had in de schilderkunst. Zijn vader heeft hem niet gestimuleerd om zich als kunstschilder te ontwikkelen Volgens overlevering heeft hij wel eens verteld dat hij als kind een stoel gebruikte als schildersezel en dat daar een nog nat schilderij op stond. Zijn vader kwam thuis en ging tegen het nog natte schilderij zitten, met alle gevolgen van dien. In zijn jonge jaren speelde hij viool. Zijn moeder kwam uit een muzikale familie en heeft zijn artistieke aspiraties vast en zeker gestimuleerd. Voor zover bekend was hij een zuivere autodidact.

Gezinsleven:

Hij trouwde 21-05-1912 met Gerritdina Hansman uit Heino (geboren 22-01-1891) en zij kregen samen vijf kinderen. Zijn vrouw stierf helaas 04-01-1919 aan de "vliegende tering" (TBC). In dit zelfde jaar verloor hij ook nog eens zijn tweejarig zoontje aan dezelfde ziekte. Het jaar daarop verloor hij nog een vijfjarige zoon. Samen met Marie Broenink uit Tubbergen (geboren 24-3-1895), zijn tweede vrouw (waarmee hij trouwde op 18-11-1919 te Tubbergen) woonde hij sinds (1921??) aan de Sassenstraat 22 in het centrum van Zwolle. Met haar kreeg hij elf kinderen waarvan er nog vijf in leven zijn. Op dat adres tegenover de Rode Leeuwsteeg en naast de Chinees, had hij zijn schildersbedrijf en een winkel voor lijsten, penselen, tubes verf en andere schildersbenodigdheden. Aanvankelijk was hij huisschilder maar later liet hij steeds meer het schildersbedrijf over aan een aantal zoons en werd zijn aanvankelijke hobby "het kunst schilderen" steeds belangrijker voor hem. Helaas ging dit bedrijf eind jaren 60 failliet. Over het algemeen deed zijn vrouw de winkel. Boven de winkel woonde het gezin waar het de zoete inval was voor iedereen. Muziek was belangrijk voor deze familie. Dochters Annie speelde gitaar, Lies accordeon. Zoons Herman drums, Gerard trompet, Frans saxofoon en klarinet, Jan trombone en Theo saxofoon. Theo maakte ook de arrangementen. Ze speelden samen in dansorkestjes zoals na de oorlog in de "Melody Sellers". Ze traden op tot ver buiten Zwolle, vooral tijdens de weekends. Zelf had hij na de oorlog zijn viool aan de wilgen gehangen na aandringen van zijn vrouw die zijn vioolspel niet zo kon waarderen. De zondag was voor het gezin en na de kerk en het eten werd er gewandeld of gefietst. Meestal werd er gefietst langs de IJsel en weer richting Zwolle, of maakte het gezin een rondje Den Alerdinck. Een schetsboekje had hij altijd bij zich. Hij schilderde graag in en rond Heino, daar woonde de familie van zijn eerste vrouw.

Winkel /Galerie:

Tussendoor lijstte hij veel werk van ook andere kunstenaars in. Hij maakte zelf vaak eenvoudige lijsten, voor de wat betere stukken bestelde hij bij een fabriek zgn. ornamentlijsten gemaakt met vergulde gipsen afgietsels. De winkel was voor hem de ontmoetingsplek met vakgenoten en bekenden. Schilders als Harm Prins, Teun van der Veen, Stien Eelsink, Staal en o.a. Bomhof kwamen bij hem in de winkel. Er werd dan vaak thee gedronken en over kunst gepraat Zelfs van Meegeren, de kunstschilder en meestervervalser uit Deventer, liet soms zijn eigen werk bij hem inlijsten . Zijn nicht kwam daarvoor regelmatig in de winkel bij hem. Hij ging niet naar tentoonstellingen van andere schilders.

Tegelijk was die winkel ook de plek waar hij zijn eigen werk te koop aanbood. De prijzen die hij hanteerde waren over het algemeen niet hoog. Grote uitgewerkte atelierstukken deden 100, 150, soms 200 gulden maar als iemand voor een 25 jarige bruiloft een schilderij zocht, vlak na de oorlog, kon hij zo maar een groot stuk verkopen voor 25 gulden. Een aardige klant kreeg zo 30 % korting. Hij heeft ook verkocht aan toeristen die Zwolle bezochten en vooral vlak na de oorlog wilden veel Amerikaanse en Canadese militairen een herinnering aan Holland mee naar huis nemen in de vorm van een schilderij. Ze konden eventueel met sigaretten en chocolade betalen. Met klanten die twijfelden had hij geen geduld. Dan ging hij met zijn rug naar ze toe staan en begon dan soms te fluiten. Als iemand van de familie ging trouwen mochten ze een werk uit de winkel uitkiezen.

Restaurateur / schilder:

Hij was ook restaurateur van lijsten en schilderijen. Hij werkte soms samen met de toenmalige stadsarchivaris. Zelfs afbeeldingen op de muur van de O.L.Vrouw ten Hemelopneming, nu de basiliek van de Peperbus, werden door hem gerestaureerd. Soms viel een complete apostel met kalk en al van de muur. Hij kon de afbeelding zodanig restaureren dat men niets meer van de beschadiging zag. Hij maakte schilderijen van het gemeentemuseum en het stadhuis schoon en restaureerde die als het nodig was. Voor Odeon (de stadsschouwburg) en de Buitensoos werden door hem complete decorstukken en doeken beschilderd .Zijn dochter Lies herinnerde zich dat hij het grote doek op de grond van het toneel legde en hij achter zichzelf aan schilderde. Hij heeft tientallen decors gemaakt. Alleen een oude zwart/wit foto is, voor zover bekend, bewaard gebleven. De ZAC revue had eens een compleet vliegtuig op het toneel wat dan weer door hem werd beschilderd. Hij ontwierp en maakte ook praalwagens voor optochten in Zwolle over bv.Indië, Zeven schepen van de Oost-Indische Compagnie en een grote Japanse draak die zijn klauwen uitstak naar de Boeroeboedoer. Ook schilderde hij een complete gevel van de HBS op een groot doek voor een feest van de school. Hij tekende en schilderde dus erg graag.

Zodra hij tijd had na al het andere werk en vooral op zondag, trok hij erop uit met zijn schetsboek naar de IJssel, Salland of de Veluwe. Vaak nam hij ook nog ëën of twee van zijn kinderen mee op diezelfde fiets. Door de week werkte hij van 's ochtends zes uur tot een uur of negen 's avonds; pas in het weekend kwam hij aan zijn liefhebberij toe. Sommige van zijn kinderen leerde hij tekenen en met pastelkrijt te werken . Zijn zoon Willem kan zich herinneren dat hij hem uitlegde wat perspectief was en hoe je wolken moest schilderen. Het buiten in de natuur schilderen van luchten, water, bos en heide was zijn echte passie. Dit alles op een spontane en impressionistische manier. Veldstukken van olieverf werden snel nat in nat geschilderd op een bijna aquarelachtige manier. Vooral boerderijen, de IJssel en het landschap van Salland waren zijn geliefde onderwerpen. Een kudde schapen op de heide van de Veluwe of solitaire bomen aan een zandweg met op de achtergrond een ploegende boer bv. in Heino. Soms werden veldstukken in zijn atelier verder uitgewerkt. Hij was een echte bomenschilder. Vooral in het schilderen van berken blonk hij uit.

Hij maakte stadsgezichten van Zwolle zoals de Sassenpoort en de Burgemeester van Rooyensingel en stillevens met vooral bloemen in aquarel en pastelkrijt. Hij schilderde niet naar model en zeker geen naakten. Bovendien was hij als actief gelovig katholiek daar waarschijnlijk te puriteins voor. Portretten heeft hij niet veel gemaakt. Enige etsen heeft hij wel gemaakt, maar veel is daar niet van bewaard gebleven. Hij was in zijn hart het meest een landschapsschilder en zowel een natuurliefhebber als kunstschilder.

Oorlogsjaren:

In de oorlog was hij geen lid van de zgn. door de Duitsers ingestelde kunstkring. Om terug te halen wat er allemaal gebeurde in die tijd, is vrijwel onmogelijk omdat hij geen prater was en er geen brieven e.d. van hem bewaard zijn gebleven. Spreken was zilver maar zwijgen was een noodzaak om die tijd te overleven. Ook na de oorlog heeft hij niet veel losgelaten. Van zijn nog in leven zijnde kinderen o.a. van Theo en Willem heb ik verhalen gehoord dat hij zijn joodse buren hielp waar hij maar kon toen die ondergedoken zaten. De joodse buurman heeft het concentratiekamp niet overleefd. Zijn vrouw wel en die heeft voor haar goede buur een boom met zijn naam geplant in Israël. Door zijn betrokkenheid bij het verzetswerk werd zijn vrouw steeds bezorgder en dat heeft hem er toe doen besluiten om met het gezin aan het eind van de oorlog onder te duiken bij boeren en familieleden. Zijn vrouw kwam uit Langeveen van een boerderij. Ze zaten of daar tijdens razzia's verstopt of zelfs onder de vloer van bakkerij Broenink.

André, zijn jongste zoon kan zich wel nog herinneren dat hij met zijn vader daar in het Rijksmuseum was en dat Han van Meegeren naar hen toe kwam en dat hij o.a. tegen hem zei: Herman, Herman ze zitten achter me aan. Als ze me in de gevangenis stoppen overleef ik dat vast niet.Ze waren dan vervolgens ook met elkaar in gesprek over een schilderij waarvan niet duidelijk was of het van Jan Steen zou zijn of Judith Lijster. Een paar dagen later werd van Meegeren opgepakt.

Hoewel hij niet echt een verzetsheld was ( de pastoor van de Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming waar hij ter kerke ging en collectant was, verbood alle gezinshoofden verzetswerk te doen) heeft hij in de oorlog toch zijn steentje bijgedragen aan het verzet. In de oorlog kon hij slechts op karton, jute of hardboard schilderen. Er was overal gebrek aan. Theo, zijn zoon, herinnerde zich een tocht in die tijd naar de Talens fabriek per Apeldoornse spoorlijn om nog materialen en enige tubes verf te kunnen kopen.

Hij werkte samen in het verzet met zijn neef Paul Oosterwijk, die op het arbeidsbureau werkte in Zwolle. Zo was hij betrokken bij het aanmaken van valse "Ausweisen" doordat hij stempels die hij van Paul kreeg namaakte. Die stempels werden bewaard achter de schilderijen in de huiskamer in de Sassenstraat. Paul werd in 1944 verraden tijdens een maandelijkse vergadering van het landelijke verzet in Amsterdam bij het Centraal Register voor Persoonsbewijzen. Hij is op 31-05-1945 vermoord in Bergen-Belsen. Zijn naam staat vermeld in het boek van Nederlandse verzetshelden op het Binnenhof.

Het Palet:

Na de oorlog werd in Zwolle het Palet, de vereniging van beoefenaren van beeldende kunst te Zwolle opgericht. Hij is daar nooit lid van geweest. Hij vond hun manier van schilderen te modern en in die tijd was hij al niet meer een van de jongsten...

In de zestiger jaren kreeg hij een beroerte en daarna werd zijn werk oppervlakkiger. Tot op hoge leeftijd is hij blijven schilderen. Hij is overleden op 93 jarige leeftijd op 3 oktober 1979 en begraven op het R. K. Kerkhof te Zwolle.

Aantal unieke bezoekers: 21168 - Aantal hits: 43542